Voor vandaag stond het tweede deel van Death Valley op het programma. Het gedeelte boven Furnace Creek waar het Visitor Center is. Vanuit Vegas was het weer een twee uurtjes rijden. Onderweg ben ik weer bij Wal-Mart gestopt voor een ice pack en echt lekker brood. Gisteren had ik per ongeluk een of ander caloriearm witbrood gekocht. Dat was zuur van smaak. Vandaag werd het volkorenbrood. Gewoon vers brood en niet van dat brood voor in het tostiapparaat. Ik dacht dat het niet bestond ik Amerika. Als beleg koos ik voor knoflookboter en salami. Best goed van smaak en voldoende om de dag mee door te komen.
In Death Valley heb ik eerst wat zandduinen bekeken. Daarna door naar Stovepipe Wells. Een van de weinige dorpjes in het park. Het stelde niet zo veel voor. Op een paar toeristenwinkels en een tankstation na was er niet veel te zien én het was er bloedheet. De thermometer gaf om 12 uur bij het infocentrum al 37 graden aan. Voor het gevoel was het iets warmer dan gisteren.
Daarna ben ik doorgereden richting de Ubehebe Crater (60 kilometer). Een oude vulkaan. Rondom de vulkaan liep een wandelpad waardoor ik weer mooie foto’s kon maken. Qua ligging was het echt prachtig. Het viel nog niet mee om de vulkaanrand op te lopen. Deze keer was het een combinatie van een steile helling en zeer harde wind. De wind maakte de temperatuur wel draaglijk.
Als laatste een bezoek aan Scotty’s Castle aan het eind van Death Valley. Een mooi kasteel dat daar door een zakenman was gebouwd rond 1915.
Deze tweede dag in het park was niet zo bijzonder als gisteren. De meeste interessante plekken lagen toch aan de zuidkant. In 4,5 uur had ik het allemaal wel gezien.
Daarna ben ik verder gereden naar Bishop in California om te overnachten. Aangezien ik altijd voor het donker op de plaats van bestemming wil zijn, is een goede route- en tijdsberekening noodzakelijk. De Tomtom en een routekaart zijn daarbij prima hulpmiddelen. Bishop ligt hemelsbreed op misschien 125 kilometer van het park. Over de weg zijn het er echter 225. Dat komt doordat je over twee bergpassen moet.
Het landschap is in eerste instantie erg vlak en dor als je door Nevada rijdt. Tijdens de eerste 40 kilometer werd ik ingehaald door welgeteld één auto. Verder niemand gezien. Ook de rest van de route was er nauwelijks verkeer. De twee bergpassen van beide ongeveer 2000 meter waren weer fun. Het is altijd mooi om met zo’n nieuwe auto door de bergen te rijden. Die rijdt altijd beter dan je eigen auto van 11 jaar oud.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten